zondag 6 februari 2011

Damian

Na het eten kregen de nieuwelingen, waaronder ikzelf, een kamer toegewezen. Ik volgde de stoet leerlingen, met een streng uitziende vrouw van begin vijftig aan kop. Ze sprak niet, maar pakte af en toe ineens iemand bij de schouder en duwde diegene ruw in de richting van zijn of haar nieuwe kamer. Ik gaapte. Het was een lange reis geweest naar de school. Drieƫnhalf uur met de trein. Ik had belachelijk vroeg op moeten staan. De vrouw zag me gapen en draaide zich razendsnel om. Ze stond abrupt stil. Een paar onoplettende leerlingen knalde bijna tegen haar aan. De vrouw sperde haar neusgaten open en zag eruit alsof ze het liefst mijn hoofd eraf zou rukken met haar tanden, maar nog altijd sprak ze niet. Ze bleef me zo aangapen, en het duurde even voordat ik besefte dat ik degene was die moest spreken. "Pardon Mevrouw." mompelde ik binnensmonds. De vrouw gaf me een nors knikje en draaide zich weer om. Een mooi meisje met een grote bos blonde krullen stootte me aan. "Dat is Mevrouw Stickensen. Ze lijkt eng, maar ze schijnt pas echt gevaarlijk te zijn wanneer ze haar mond open doet." Ik keek om me heen. Voor zover ik wist waren dit allemaal nieuwelingen. "Hoe weet jij dat?" vroeg ik nieuwgierig. Het meisje streek met een triomfantelijke glimlach een pluk haar uit haar gezicht. "Ik heb tijdens het ontbijt wat research gedaan." Ik trok een wenkbrauw op. "Je weet dat laptops en mobieltjes verboden zijn toch?" Het meisje giechelde zachtjes. "Ik hoorde het van iemand die hier al langer op school zit." Ik knikte langzaam. Wat een persoonlijkheid. Ze was hier net vijf minuten en nu al hele gesprekken. Ze was de eerste met wie ik een woord wisselde. Het meisje keek me van opzij afwachtend aan. Toen ze doorhad dat ik geen initiatief ging nemen stak ze voorzichtig haar hand uit. "Ik ben Alyss Gilbert, trouwens." Ik pakte haar hand en liet hem meteen weer los. "Damian." Alyss glimlachte. "Mooie naam. Dat betekent iets als 'Harmless', toch?" Ik haalde mijn schouders op. "Zou best kunnen." Ik zuchtte. De ironie. Door het gesprek had ik niet in de gaten gehad dat Mevrouw Stickensen naar de achterkant van de kudde was gelopen en ineens voelde ik een magere hand op mijn schouder. Er ging een rilling door me heen. Met verrassend veel kracht duwde Mevrouw Stickensen me naar een versleten, donkerhouten deur. Dit werd dus mijn kamer. Stickensen liet me los en de rest van de kudde liep al weer verder. Ik keek achterom en zag Alyss nog zwaaien voordat ik de deur van de kamer opende met de sleutel die Mevrouw Stickensen me zojuist in mijn hand had gedrukt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten