woensdag 23 februari 2011

Damian

Ik liep door de lange gangen terug naar mijn slaapkamer. Ik wilde nog even alleen zijn voordat we gingen eten. Het was druk op de gang. Tientallen leerlingen liepen heen en weer tussen de slaapkamers en de woonruimte. Lag het aan mij of keken er wel erg veel mijn kant op? Ik ging mijn acties na. Had ik vandaag iets gedaan waardoor ik opviel? Natuurlijk, mijn overdreven reactie bij het ontbijt. Zou het daarover gaan? Ik beet op mijn lip. Zo onopvallend mogelijk begon ik sneller te lopen. Steeds meer ogen volgden me. Ik probeerde rustig adem te blijven halen. "Ze weten het." galmde het door mijn hoofd. "Ze weten het allemaal." Ik liep steeds sneller, soms knalde ik tegen iemand aan, maar dat negeerde ik. Steeds meer werd ik nagewezen. Sommigen wezen zelfs. "Die heeft haast..." zei een blond meisje tegen haar vriendin. "Wat een aso." mompelde een lange jongen met een pet. "Ik weet wat je gedaan hebt." Abrupt bleef ik staan. "Wie zei dat?" fluisterde ik. Ik keek om me heen. Iedereen liep door. Waarom nu ineens wel hè? Waarom nu ineens wel. Had ik het me verbeeld? Een paar meter verderop was de deur van mijn kamer. Ik liep er half struikelend naartoe en trok de deur achter me dicht. Bezweet liet ik me tegen de deur aan in elkaar zakken. Mijn hart ging als een gek tekeer. "Het is oké." zei ik zachtjes tegen mezelf. "Hier ben ik veilig."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten