maandag 7 februari 2011
Will
Na het grote regeltjes halfuurtje ga ik terug naar mijn mini kamer. Het is echt niet groter dan twee bij drie en er passen nog net een bed en een bureau in. Mijn kamer thuis is minstens vijf keer zo groot en het ziet er veel gezelliger uit. Ook had ik thuis een eigen opnamestudio gehad waar ik alles kon doen waar ik wilde. Daar bracht ik ook hele dagen door in de vakanties en in het weekend. Zelfs soms door de week. Ik miste het nu al en ik wilde dat ik terug kon. Hier zit mijn kamer op een uithoek van de school op de tweede verdieping. Ik haatte het hier nu al. Er was hier namelijk geen opnamestudio en er was zelfs bijna niet genoeg ruimt voor mijn keyboard. Er lag een stapel witte briefjes op het bureau die me eerder nog niet waren opgevallen. Regelbriefjes. Dezelfden als dat ze net hadden gezegd, maar nog een keer uitgewerkt. Ik had de neiging om ze uit het raam te gooien. Mijn ogen gleden er nog eens overheen en kwamen toen de muziekregel nog eens tegen. Elf uur hè? Het was nu.. Even kijken op mijn horloge.. Half elf. Dat moest lukken. Ik pakte uit de stapel met tassen en koffers mijn gitaarkoffer. Ik ging op het kleine bed zitten, met mijn gitaar. Ik pakte mijn iPod + koptelefoon weer en zocht een liedje op. Ik kon alle liedjes die erop stonden vloeiend meespelen. Ik hield de gitaar goed vast en drukte op play. Toen sloot ik mijn ogen en begon ik akkoorden te spelen. Ik speelde mee met het liedje en het was alsof alles om me heen verdween en alsof ik helemaal alleen was met mijn gitaar. Voor mij was dat ook zo. Ik was helemaal in mijn eigen wereld, zoals ik altijd was als ik dicht bij een muziekinstrument kwam. Ik had geen idee hoeveel tijd er ondertussen voorbij ging. Het liedje was ondertussen al lang afgelopen en ik was al bezig met het volgende. Dit was mijn lievelingsnummer. Ik begon nu ook nog te neuriën. Ik was helemaal een met de muziek, en de muziek was een met mij. Ik speelde elke dag, het was mijn leven. Muziek was mijn leven. Toen werd mijn prachtige wereld ineens ruw verstoord. Mijn koptelefoon was ruw van mijn hoofdgetrokken en ik keek verbaasd op. Recht in de ogen van het Stickensen persoon. Ze keek me priemend aan en wees met haar vinger op haar horloge. Het leek alsof ze zou stikken in een waterval van woorden die er maar niet uit wilde komen. Ze was er zelfs paars van aangelopen. Ik trok mijn wenkbrauwen op. Was het al elf uur? Ik bleef haar even op die manier aankijken. Dat vond ze kennelijk niet leuk. Ze werd zo mogelijk nog paarser. 'Het spijt me?' probeerde ik voorzichtig. terwijl ik mijn gitaar dicht tegen me aanhield. Als ze die van me af zou pakken dan zou ik hier echt zo vandaan zijn. Toen draaide ze zich abrupt om en liep door de open deur weer naar buiten. Toen zag ik dat hoofd met die blonde krullen om mijn deur heen kijken. 'Je speelt goed.' zei ze met haar hoofd een beetje schuin. 'Dankje.' bromde ik naar het Alyss meisje persoon. 'We zijn buren.' zei ze. 'Oh.' zei ik. Ik was niet een erg spraakzaam persoon. Ik wist ook vaak niet wat ik wilde zeggen. Ik uitte mijn gevoelens liever in muziek. 'Laat me gauw nog iets horen, oké?' zei ze voordat ze nadat ze gezwaaid had weer wegging. Ik hoorde een deur open en dicht gaan. Ik zuchtte. Raar persoon.
Labels:
Alyss,
Mevrouw Stickensen,
Will
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten