maandag 7 februari 2011

Lucy

De stoet naar de kamers werd steeds kleiner. Steeds werd er iemand richting een kamer geduwd door de goed gebouwde mevrouw Stickensen, en steeds ben ik maar niet aan de beurt. Ik begin me bijna af te vragen of er wel een kamer voor mij beschikbaar is. En deze vraag wordt steeds groter als ik ook als laatste overblijf. Maar dan wijst ze toch nog een deur aan en geeft ze me de sleutel. Ik zucht opgelucht. 1. Ik heb een kamer. En 2. Ik wordt niet zo knetterhard geduwd. Valt dat weer even mee voor mijn tere lichaam. Ik plof neer op mijn nieuwe bed en bekijk de ruimte. Het kan in ieder geval wel een likje verf gebruiken, of anders gewoon behang. Ik klap mijn koffer open en begin het eerste al in de kast te stallen. De kamer is goed onderhouden en heeft uitzicht op het park dat achter de kostschool ligt. Jammer genoeg heb ik ook uitzicht op de ijzeren hekken die het park buitensluiten van het terrein van deze school. Nadat ik het bed heb opgemaakt en al een klein deel van de kamer heb ingericht gaat de zoemer. Ik heb geen idee wat het precies inhoud, maar ik loop eerst maar voor de zekerheid richting de trap. Er loopt al een hele stroom de trap af en ik voeg me erbij. In de grote eetzaal komt deze stoet tot stilstand. Ik schuif tussen de grotere, meerderejaars door naar voren. Dan zie ik ineens weer het meisje staan naast wie ik ook zat aan de eettafel. We kijken elkaar even aan en halen dan onze schouders op. Praten durf ik nu eerst even niet aan. Ik moet eerst maar even een hoge reputatie opbouwen bij de leraren voordat ik me weer wat vrijer maak. Het liefst trek ik me nu terug op mijn kamer. Om mijn kamer weer verder in te richten en het echt mijn plek te maken. Ik zit te twijfelen tussen de kleuren groen en blauw op de wanden. Beide kleuren zijn fris en fel. Dan lijkt mijn kamer maar wat kleiner, maar het wordt er wel veel vrolijker van. We krijgen een preek over de huisregels. Ik zie dat veel ouderejaars weg proberen te glippen. Zij zullen deze regels vast al tig keer hebben aangehoord. Één regel is echt van belang voor mij, dat je maar tot maximaal 11 uur muziek mag draaien en dat door de week 12 uur het licht uit moet. In het weekend zijn de regels aangepast en is er geen maximum tijd voor verschillende dingen, zolang er maar geen overlast wordt veroorzaakt door de activiteiten van jou. Als je tegen de regels in gaat wacht er een straf op je die nader bepaald wordt door de leiding. De leslokalen zitten op de begane grond op de beide vleugels. Er zullen heel veel uren zijn dat je geen les hebt. Kutjens denk ik bij mezelf. Ik heb helemaal geen zin in tussenuren. Alleen als ik veel vriendinnen heb kan het wel wat leuker worden. Ach joh, eerst mijn kamer maar eens pimpen. Na de preek, die wel een half uur duurde, tot gaapens aan toe van medeleerlingen die zich dan even snel omdraaien om niet zoals die jongen vanmiddag ook op de donder te krijgen. Ik loop naar een leraar toe en vraag het hem maar. “Mag je de wanden en meubels in je kamer verven?” Ik kijk hem met grote vragende ogen aan. Hij lijkt te twijfelen. “Dat moet ik eerst voor je navragen. Wat is je kamernummer? Dan kom ik aan het einde van de middag het antwoord nog persoonlijk aan je geven.” Ik zoek mijn sleutel op en kijk op het labeltje voor mijn nummer. “313” zeg ik vriendelijk. De man knikt en loopt dan weg. Ik begin ook aan mijn weg terug en loop met de stoet mee naar de tweede verdieping en maak me dan los om de lange gangen door te lopen naar mijn kamer. Eenmaal binnen draai ik de sleutel om in het slot en laat me op mijn bed ploffen. Ik haal mijn dagboek en mijn vulpen tevoorschijn en begin te schrijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten